Een moedig mannengesprek

Fika is een sociaal gebruik waarbij het werk en andere dagelijkse beslommeringen worden onderbroken om gezamenlijk koffie en/of thee te drinken. Toen ik 11 jaar geleden in Zweden studeerde maakte ik er kennis mee. Op (on)geplande momenten maakt men tijd voor sociale vreugdevolle ontspanning, en misschien wel een goed gesprek.

Sociale gesprekken
Aan dit sociale fenomeen moest ik ruim 2 weken geleden denken tijdens een autoritje. Op dat moment reed ik op een zaterdagochtend van Sneek naar Wommels voor mijn eerste voetbalwedstrijd in pakweg 6 jaar tijd.

Tijdens deze autorit zag ik bij meerdere boerderijen mensen samenzitten. Groepen mensen aan een tafel. Het gaf me een gezellig en gemoedelijk gevoel. Toen ik na een kwartiertje Wommels binnen reed, zag ik nog een groep zitten. Deze groep zat buiten. Hier zag ik een groep mannen in werkkleding onder een carport op boomstammen zitten. Ze hadden mokken in de hand. In de voortuin zag ik een kraantje staan. Er lagen graszoden en aarde. En er stonden wat boompjes, en scheppen in de modder. “Die mannen zijn op deze zaterdagochtend in september hard aan het werk en hebben even koffiepauze”, dacht ik.

Een prachtig gezicht. Groepen mannen zo samen. Waar zouden ze het over hebben? Het reeds gedane werk op de boerderij? De techniek om het boompje te planten? “Is dit nu ook de reden waarom ik weer samen met mannen een balletje wil trappen op het voetbalveld?”, vroeg ik aan mezelf.

Koffiegesprekken, wandelgesprekken en kampvuurgesprekken
Twee weken hiervoor, zegge eind augustus, volgde ik in Klooster Huissen een training van leiderschapscoaches Jakob van Wielink en Michiel Soeters. Op deze training waren ook 11 andere mannen afgekomen. 11 mannen tussen de midden twintig en zeventig jaar. 11 mannen met een eigen achtergrond, allen met een verhaal. Net als ik namen ze deel aan koffiegesprekken, wandelgesprekken en kampvuurgesprekken. Het thema was leiden vanuit je roeping en de vreugde en kracht van het mannenhart. In mijn optiek ging het misschien wel meer over de mogelijke obstakels op weg naar deze natuurlijke flow.

Onder meer de vader-zoon relatie en de moeder-zoon relatie kwam aan bod. Daarnaast kwamen onderwerpen (de obstakels) voorbij als mannelijke eenzaamheid, nietsvermoedende verslavingen, passieve agressie, onderdrukte boosheid, weggestopt verdriet, schuld en schaamte, en angst (voor de dood). Het was een diep samenzijn zonder ‘getrut’, zoals Jakob het zo mooi verwoordde. In vertrouwen en onder het genot van een bak koffie en een lonkend biertje benoemen wat is, en oordeelloos ervaren welk obstakel de dagelijkse flow misschien wel een beetje belemmert.

Voor de ene man was dit innerlijk onderzoek relevant voor een privésituatie, voor een andere man was dit relevant voor een leidinggevende positie op het werk, en voor weer een andere man als coach. Mijn persoonlijke leerbehoefte lag op het gebied van persoonlijke gewetenschuld en -schaamte, en de (compenserende) effecten/gedragingen daarvan in het dagelijkse leven.

Gesprek met vader
Een van de vragen die we tijdens een kampvuurgesprek kregen was om de laatste dag voor het sterven van je eigen vader voor ogen te nemen. Wat wil je hem op deze laatste dag zeggen? Of wat had je hem willen zeggen, als je vader er niet meer is. Wat wil je met hem doen? Wat wil je hem vragen? We kregen allen de tip om dit moedige gesprek binnen een maand na deze training te voeren.

Dezelfde avond nog reed ik naar mijn ouders. Nu moet ik zeggen dat ik deze vraag wel eens eerder heb gehoord en gesteld, maar dan kwam het gesprek er niet van. Nu voelde dit wel als het moment om het meteen te doen. Op de terugreis in de auto had ik mijn vader al gebeld om langs te komen. En hoewel ik tijdens mijn worsteling van pakweg 5-6 jaar geleden al het nodige met mijn vader en moeder heb gedeeld en besproken, voelde ik toch een beetje spanning voor dit gesprek. Eenmaal op de Roede in Wommels aangekomen, zat moeders in de voorkamer op de ene stoel en vaders op de andere stoel. Ik zat op de bank. De koffie en thee stonden op tafel. De tv stond zachtjes afgestemd op RTL.

Ik heb mijn vader (en moeder) gevraagd naar de diepere relatie met mijn pake’s en beppe’s. Ik heb ze gevraagd naar vreugdevolle momenten. De relatie met de eigen broers en zussen kwam voorbij. We hebben het gehad over de tijdsgeest. Ik heb voorzichtig gepolst naar momenten van boosheid. Schuld, verdriet en de moeilijke momenten in hun leven hebben we besproken. De sfeer was heel relaxed en open. De woorden vrij nuchter. Een antwoord raakte me wel. Ik wist het stiekem al omdat heit het me tijdens het schilderen eerder deze zomer al had verteld. Mijn vader zei: “De moeilijkste periode in mijn leven was toen jij op je 27e weer thuis moest wonen en met jezelf in de knoei zat. Je kunt dan als vader niks en voelt je soms machteloos.”

Dagelijkse gesprekken
Hoe dan ook, ik heb mijn vader (en moeder) vooral bedankt. Tijdens dit gesprek heb ik gevraagd wat ik wilde vragen voordat die mogelijkheid er onverhoopt niet meer is. De onvoorwaardelijke liefde is er tussen ons (mijn ouders, broers en ik) iedere dag, en sinds mijn geknoei alleen maar sterker geworden. We staan altijd voor elkaar klaar. Het zit wel goed, dat hoef je niet te benoemen is misschien wel ons motto. En toch wilde ik weer een en ander vragen en zeggen. Voorbij het alledaagse. Ik heb een hele goede vader (en moeder), iets wat ik nog dieper besef sinds ik zelf vader ben geworden. Mijn ouders konden het zichtbaar waarderen. We knuffelden een keer, namen een slok van ons biertje en praatten verder over het voetbal, en de koetjes en kalfjes van de dag.

Op het moment dat ik de stilte en mooie omgeving van het klooster en de vreugde van het ouderlijk huis achter me had gelaten wist ik 1 ding zeker. Wat is het toch heerlijk om onder het genot van een kop koffie, thee of biertje, in vertrouwen te praten over (on)belangrijke (dagelijkse) zaken.

We are ONE,

Mark