Voetballen in de woestijn

In februari speelden wij met ons voetbalteam de laatste uitwedstrijd van de competitie. We speelden tegen IJVC II, uit Ijlst. En zoals vaker afgelopen seizoen, wonnen we deze uitwedstrijd niet. Op het kunstgrasveld van de plaatselijke trots verloren we met 4-0. Het contrast met de thuiswedstrijden is nogal groot. Op sportpark De Skoalleseize hebben we dit seizoen 1 keer gelijk gespeeld, en 6 keer gewonnen. De uitwedstrijden leverden slechts 1 overwinning op. Uitwedstrijden zijn niet echt ons ding. Ongelukkige blessures van de (reserve)keepers, bizarre kunstgraspolletjes, Hollands wind(ter)weer, goede clubscheidsrechters, en vooral: de tegenstander speelt thuis.

Speel nooit een uitwedstrijd
Pieter Winsemius (77) schreef er ooit een heel boek over, het uit-complex van sportteams. Voor de beeldvorming van de jongere lezers. Pieter Winsemius studeerde in de jaren ‘70 af in de natuurkunde en startte zijn werkende leven bij gerenommeerd advieskantoor McKinsey. Vervolgens werd hij in de jaren ‘80 minister van VROM. Tot ’86 diende hij het eerste kabinet Lubbers. Na zijn politieke leven is hij teruggekeerd bij McKinsey en eind jaren negentig werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar. Aan de universiteit van Tilburg kreeg hij een stoel in management duurzame ontwikkeling. Later trad hij ook nog toe tot de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, en was hij nog een korte periode actief in de politiek.

Voor mij persoonlijk is Winsemius vooral schrijver van leuke boeken. Want naast zijn dagdagelijkse werkzaamheden in de politiek, het bedrijfsleven en het onderwijs, heeft hij in zijn vrije (avond)uren de nodige boeken geschreven. In 1988, ja echt(!), debuteerde hij met ‘Speel nooit een uitwedstrijd’. In dit boek gebruikt Winsemius sport als metafoor voor allerhande lessen over leiding (geven &) ontvangen, en zo bespreekt hij dus ook het mysterie van uitwedstrijden.

Scherp oog voor politiek, bedrijfsleven en sport
Wat Winsemius kenmerkt is zijn scherp beschouwende oog, en de vermakelijke wijze, waarop hij de relatie legt tussen de werelden van de politiek, het bedrijfsleven en de sport. Na zijn debuut in 1988, schreef hij op deze wijze onder meer ‘Je gaat het pas zien als je het door hebt’ en ‘Toeval is logisch’.

Voor het schrijven van deze twee boeken heeft hij de nodige gesprekken gevoerd met de beste voetballer uit onze vaderlandse voetbalgeschiedenis, Johan Cruijff. De opbrengst kwam ten goede aan de Johan Cruijff Foundation, en tevens waren deze boeken en gesprekken de aanleiding voor Johan Cruijff om zijn eigen Academie op te richten. Cruijff noemde Winsemius zijn inspirator; hij zag in dat zijn ideeën ook buiten het voetbalwereldje waarde hadden.

Profeten beginnen in de woestijn
Na een aantal kinderboeken en ‘Je hoeft niet gek te zijn om wereldkampioen te worden, maar het helpt wel’ (2017), is het laatste pareltje van Winsemius ‘Profeten beginnen in de woestijn’ (2019). Dit boek is zijn meest persoonlijke verhaal. Hij neemt de lezer mee in de avonturen uit zijn jeugd, het gezin waarin hij opgroeide en zijn rijke carrière op maatschappelijk vlak. Zijn ervaringen in diverse werelden vormen wederom de input van wijze lessen.

Hoewel Winsemius er niet naar knipoogt, vraag ik me na het lezen wel openlijk af in hoeverre voetbal in onze samenleving het ‘veilige huis’ vormt voor inclusief geloof en hoop. Nu voetbalverenigingen stap voor stap de (jeugd)leden weer mogen laten voetballen, wordt ook de maatschappelijke waarde van het verenigingsleven weer duidelijk zichtbaar. Wij mensen zijn geschapen om ons rondom passies (en problemen) te verenigen. En of dit nu heel persoonlijk lokaal is, of meer abstract globaal, het is zoals het is.

Voetballende eenheid in verscheidenheid
Uiteraard zijn de omstandigheden in deze huidige c-tijd wat anders. Echter als je beseft hoeveel mensen in Nederland één uur per week voetbal spelen, dan kan je je afvragen in hoeverre voetbalverenigingen de nieuwe ontmoetingsplaatsen zijn, waar de 7, 10, of 14, sociaal-maatschappelijke gedragsrichtlijnen worden (voor)geleefd.

Het deelnemersveld bestaat in ieder geval uit jong en oud. Alle mensen en geloofsovertuigingen komen samen. Eenheid in verscheidenheid. En verscheidenheid in de voetballende eenheid. Kijk eens naar de opkomst van Walking Football onder senioren, G-voetbal, en Ukkepukvoetbal voor kinderen vanaf 2 jaar. Beeld je ook eens in hoeveel eetkamertafelgesprekken over het lokale voetbal gaan. Of doe voor de aardigheid eens een schatting van het aantal vrouwelijke en mannelijke voetbalkijkers, dat wekelijks, of zelfs dagelijks, een uurtje nationale of internationale voetbal(samenvattingen) kijkt.

Zanderige zomerveld
Wat de ‘normale’ hoeveelheden ook mogen zijn. Als ik opmerk dat: 1) voetbal voor velen in onze samenleving een wekelijks moment van gezonde (stilte in) beweging vormt, 2) voetbalverenigingen spelers en ouders luchtig wijzen op allerhande sportieve gedragsregels, en 3) het volgende WK-voetbal plaatsvindt in de (Qatarese) woestijn. Dan durf ik wel te stellen dat voetbal voor velen een inclusief Godsgeschenk is.

En alsof de natuur er in deze universele bezinningsperiode mee speelt, mogen we nu allemaal weer lekker genieten van dat mooie spelletje. Jong en oud, gewoon bij onze thuis-verenigingen. Geen uit-complexen. Gezellig met z’n allen op de fiets richting het vertrouwde sportcomplex, handjes poetsen, looproutes volgen en hup: in het favoriete voetbaltenue de grasmat weer op.

Of op het kunstgras. En in de mooiste gevallen, op dat net opgeknapte zanderige zomerveld.

Geniet er van.

We are ONE,

Mark