Het 0-punt in voetbal

Halverwege oktober op een maandagavond, was ik in de Business Club van ONS Sneek aanwezig bij een trainer/coach bijeenkomst. De jeugdopleiding van ONS Sneek faciliteert dit seizoen een tweetal interne leerroutes voor haar (jeugd)trainer/coaches. Een basis leerroute en een verdiepende leerroute. Voor de verdiepende leerroute is er door de hoofd voetbalzaken, een sportpsycholoog en ondergetekende een jaarprogramma van 8 bijeenkomsten opgesteld met verschillende thema’s. Deze keer was het thema ‘spelprincipes’, waarvoor de hoofd voetbalzaken gastspreker Wietse de Blois (trainer/coach Cambuur JO17) had uitgenodigd.

0-punt
Zo halverwege deze 2e bijeenkomst kwam de voetbalterm 0-punt voorbij. Al snel had ik in de gaten dat de andere trainer/coaches, die aan de bartafel van de Business Club zaten, deze term al enigszins kenden. Zelf had ik eigenlijk geen flauw benul. Zodoende vroeg ik Wietse, die als een soort barman achter de bar stond en veel wedstrijdbeelden liet zien, wat hij met een 0-punt bedoelde.

In de voetballerij is het idee van een 0-punt creëren, dat een speler “vrij” loopt om aanspeelbaar te kunnen zijn in het zogeheten 0-punt (centrum). Dit 0-punt bevindt zich precies in de ruimte tussen 2, dan wel 4 of meerdere tegenstanders. Op deze manier maak je als speler optimaal gebruik van de afstand (tot de tegenstander) en de ruimte op het speelveld. In het 0-punt ben je optimaal aanspeelbaar om de bal te kunnen ontvangen. In andere bewoordingen: je verschaft jezelf als speler de meeste tijd en ruimte om het spel op allerlei manieren voort te zetten.

Tussen de linies

“In de volksmond wordt dit zogeheten 0-punt misschien ook wel verwoordt als ‘tussen de linies’ spelen”, zei ik. Volgens Wietse dekt dit de lading echter niet helemaal. Het betreft in zijn optiek namelijk niet alleen tussen de linies spelen in verticale zin; precies in de ruimte tussen verdediging-middenveld bijvoorbeeld (de traditionele nr 6-positie), of precies in de ruimte tussen middenveld en aanval (de traditionele nr 10-positie). Ook in horizontale zin kan je tussen de linies spelen; tussen linkerzijlijn en centrum, tussen rechterzijlijn en centrum. In trainersjargon worden deze laatste ruimtes misschien wel de half spaces genoemd. Wietse liet veel beelden zien die dit ondersteunden.

Voetbal als wiskunde?
Hoe dan ook. Ik vond het een leuke manier om naar voetbal te kijken. Voetbal als natuur- & wiskunde, voetbal als symmetrische wetenschap van driehoekjes, vierkantjes en rondjes, voetbal benaderen vanuit druk en/of niet-druk momenten. 1 vraag bleef echter wel hangen: is voetbal nu een mythisch plezierspelletje van (intuïtieve) Godenzonen, of een gerobotiseerd prestatiespelletje van (intelligente) Vitruviusmannen?

Wellicht ligt de waarheid ergens tussen -1 en + 1. Daar in de cirkel van verbinding en eenheid, waar de speelhelften van passievolle voetbalwetenschappers & ervaren oud-voetballers bij elkaar komen rond de middenstip.

We are ONE,

Mark